Volkskrant - Het andere station, 23 aug 2005
Bijgaande foto van Harry Cock stond in een formaat van 30 x 20 cm op de voorpagina van het tweede katern (Voorkant) in de Volkskrant van 23 augustus 2005.
Bijschrift: "Station Haarlem, waar de voormalige Wachtkamer Tweede Klasse op vrijdagavonden is veranderd in een disco voor 25-plussers".
Â
Â
Â
Hieronder de tekst: Leegstaande ruimtes op stations worden steeds vaker aangewend voor zaken die met de treinenloop niets van doen hebben: van viswinkel tot makelaar, van crèche tot pizzabakker. De NS probeert zo de verloedering tegen te gaan. 'Iedereen is welkom.' Door Margreet Vermeulen, journalist Volkskrant. De pafpaal op perron 3 op station Haarlem is op de vrijdagavond drukbezet. Na een paar haastige trekjes spoedt het gezelschap in uitgaanskleding zich weer naar de voormalige Wachtkamer Tweede Klasse. Flarden Stones-muziek vermengen zich met het geluid van een wegrijdende trein. Op steeds meer stations huizen vreemde kostgangers.
De stijlvolle wachtkamer in Haarlem heet op vrijdagavond Swingsteesjun, een disco voor 21-plussers. De loketruimte van Gouda Goverwelle is in bezit genomen door de crèche-kinderen van Railkids. In Meerssen zit een notaris tussen de rails. In Overveen een tandarts. En het monumentale station Naarden-Bussum is tevens het onderkomen van een muziekschool. De nieuwe gebruikers moeten voorkomen dat leegstaande stations verloederen. ‘Het vandalisme neemt af als er leven in de brouwerij is. De veiligheid neemt toe. En de reiziger voelt zich prettiger", vertelt Marianne Buijs, manager commerciele verhuringen bij NS-stations. Vooral op de kleinere stations zijn de loketten weggesaneerd. De kaartverkoop aan de balie is er al jaren niet rendabel meer sinds de automaat zijn intrede deed. En op de wat grotere stations staat bagageruimte leeg, of wachtkamers of het voormalig onderkomen van de perronchef.
De NS hebben geen winstoogmerk met de verhuringen. ‘De huurpijs ligt net boven de kostprijs', aldus Buijs. 'We verdienen er maar een heel klein beetje aan. En wat we eraan overhouden wordt direct in het station geÃnvesteerd. Het gaat ons echt om de sociale veiligheid.' Inmiddels zijn er enkele tientallen kleine en middelgrote stationnetjes waar zich ongebruikelijke verhuurders hebben gevestigd. Zoals een pizzabakker, videoverhuurder, huisarts, uitzendbureau, afhaalcentrum voor Surinaams-Indisch eten, een viswinkel, een makelaar, Turkse kiosk en een reisbureau.
Na de zomer gaan de NS de verhuur verder professionaliseren. Er komt een website waarop leegstaande ruimtes te huur worden aangeboden. De huurders hoeven niet aan bijzondere voorwaarden te voldoen. ‘Iedereen is welkom. Als men zich maar gedraagt', aldus Buijs. En wat als zich een tattoo-shop meldt? 'Dat is nog niet gebeurd', lacht Buijs. ‘Maar een tattoo-shop? Nee, dat doen we niet.’ Op het perroneiland van station Naarden-Bussum klinkt drummuziek. Sommige reizigers kijken verbaasd op. Het voormalig huisje van de perronchef is de afdeling van de muziekschool waar de drumles wordt gegeven. Muziekschoolhouder Luc van Gessel is heel tevreden met zijn originele behuizing. 'Het is best sjiek. En daar houden de mensen hier in het Gooi van. En het is een centrale plek. Makkelijk bereikbaar en veilig voor kinderen. Wat wil ik nog meer?' En geen gedoe met geluidsoverlast. Van Gessel grinnikt. ‘Wel dus! Voordat ik me hier mocht vestigen heeft de gemeente heel precies gemeten hoeveel decibellen wij hier produceren. Dat ging echt zomaar niet.’ Het ingenieursbureau Arcadis vindt het ‘een goede zet’ van de NS om leegstaande stationnetjes te exploiteren. ‘Want vooral de plattelandsstationnetjes verloederen in snel tempo. Maar als je er een tandarts in zet, is dat een gemiste kans', vindt ingenieur Roelf de Boer die onderzoek deed naar de mogelijke rol van kleine treinstations voor de ontwikkeling van het platteland. ‘Met een tandarts trek je slechts een handjevol klanten. Terwijl de NS juist moet proberen extra publiek te trekken dat vervolgens de trein in gelokt wordt.’ ‘Dat is niet ons eerste doel', erkent Buijs van de NS. ‘Wij zijn al blij als we het gebouw in stand kunnen houden. En als het een prettige plek blijft waar reizigers graag komen.’
Â

